|
SPELLING
We hebben de volgende categorieën behandeld:
- woorden met AAI, OOI, OEI
- woorden met CH of SCH
- woorden met EI of IJ
- woorden met V of F
- woorden met S of Z
- woorden met meerdere medeklinkers achter elkaar zoals STRIP, SPROET, KLETST
- woorden met NG of NK
- woorden met moeilijke duo's: 'duo betekent 2 de U doet dus niet mee!' zoals bij MELK, WARM, WOLK, BERG
- woorden met EER, OOR
DICTEE
Spelling blijkt toch nog vaak lastig te zijn. Daarom oefenen we extra veel met de woorden van spelling. Bijvoorbeeld met het dictee. Elke week krijgen de leerlingen ongeveer 20 woorden mee naar huis. Deze woorden kunnen dan thuis al vast geoefend worden. Bijvoorbeeld door ze nog eens over te schrijven, door een oefendictee door papa of mama of door leuke spelletjes zoals galgje. Vrijdag krijgen de leerlingen een dictee met dezelfde woorden.
REKENEN
Bij rekenen maken we optelsommen en aftreksommen tot 100.
Dit is nog best lastig dus mag je rekenblokjes of een rekenrekje gebruiken.
We leren ook tafels. De tafel van 0, 1, 2, 10 en 5 moeten je uit je hoofd leren.
Dat is handig om sommen sneller te kunnen maken.
Als je deze tafels al kent, begin dan maar vast met het leren van de tafel van 3.
KLOK
We leren klokkijken met uren, halve uren en kwartieren.
Als je dit nog lastig vindt, kun je het best thuis veel oefenen!
Ook leren we hoelaat het bijvoorbeeld een half uurtje later is, of een kwartier eerder.
SCHRIJVEN
Het schrijven met vulpen gaat steeds beter!
|